In een eerdere blogpost heb ik het gehad over hoe licht op fundamenteel niveau onze sfeerbeleving beïnvloedt. Heb je die post nog niet gelezen, dan raad ik aan om dat eerst te doen voor je hier verder leest. In deze post zal ik hetzelfde thema vanuit een meer praktisch niveau benaderen: hoe kun je licht concreet inzetten om de gewenste sfeer te bereiken?
Binnen het vakgebied van lichtontwerp is Richard Kelly een begrip. Iedere zichzelf respecterende lichtontwerper kent zijn artikel “the three tenets of lighting design” (College Art Journal, Vol. 12, No. 1, 1952), of is op zijn minst bekend met de ideën die hij daarin uiteen zet. Zijn artikel beschrijft drie elementaire soorten verlichting als basis ingrediënten voor een goed lichtplan. De lichttechniek heeft weliswaar niet stil gestaan sinds 1952, maar ook vandaag de dag vormen Kelly’s ideeën nog steeds de basis van het vak. Sfeer creëren met licht, doe je door te spelen met de 3 elementaire soorten licht die Richard Kelly beschrijft:
Focal glow or highlight gaat over gefocuste en gerichte verlichting. Je zou dit los kunnen omschrijven als “accent verlichting”. Dit is bijvoorbeeld het uitlichten van een schilderij, een leeslampje, de koplamp van een auto, of de spotlight op de hoofdrol speler in een theater voorstelling. Focal glow is het creëren van contrast; zones van licht en donker; het leggen van accenten op specifieke plekken of objecten in een ruimte. De foto hieronder is een goed voorbeeld van “focal glow”; een tentoonstelling in het Rijksmuseum Twenthe die ik heb uitgelicht, waar spots zijn gebruikt om de beelden en schilderijen contrastrijk uit te lichten.
Ambient luminescence or graded washes zijn het tegenovergestelde van focal glow. Het is een gebrek aan contrast; zachte verlopen in licht intensiteit; diffuse “ruimte vullende” verlichting. Het is het licht op een grijze bewolkte dag in plaats van fel direct zonlicht. De foto hieronder is een goed voorbeeld van “ambient luminescence”. Het is dezelfde zaal in het Rijksmuseum Twenthe als de vorige foto, maar bij deze tentoonstelling is meer gebruik gemaakt van het diffuse licht uit de dakkap, met alleen hele zachte accenten van de spots, waardoor een compleet andere sfeer ontstaat.
Play of brilliants or sharp detail gaat over scherpe heldere details. Het is de schittering van een kroonluchter of een discobal; de flikkerende lichtpuntjes van kaarslicht; het schitteren van het water; of kerstverlichting. Maar ook meer grafische details zou je in deze categorie kunnen scharen, zoals licht-schaduw projecties, neon verlichting, een grafische toepassing van led strips, of het achterlicht van een moderne auto. De foto’s hieronder zijn een leuk voorbeeld van “play of brilliants” uit mijn woonkamer. In de vensterbank staat een schaaltje met spiegelende facetten, en als de zon erop schijnt ontstaan er door de hele kamer kleine reflecties.
Wat doet elk van deze lichtsoorten met de sfeer van een ruimte? Hier bestaat geen objectief te definiëren recept voor: sfeer is een complex fenomeen dat nauw verband houdt met de menselijke emotionele beleving. Bij het creëren van sfeer zul je dus in de eerste plaats ook jouw eigen gevoel moeten aanspreken; maar er kunnen wel een aantal (vereenvoudigde) basis regels worden geformuleerd om wat houvast te bieden.
Focal glow kan op verschillende manieren ingezet worden. Allereerst creëer je hiermee contrast, en contrast in verlichting is een belangrijk element bij het creëren van sfeer. Contrastrijke verlichting kan knus zijn, gezellig, mysterieus, dramatisch, theatraal, ..., afhankelijk van de manier waarop- en mate waarin je het toepast.
Daarnaast kan focal glow gebruikt worden om aandacht te sturen. Als je een bepaald element in de ruimte helder uitlicht, dan zal je blik als vanzelf naar dat element toe getrokken worden. In drukke verkeersruimtes kan dit bijvoorbeeld erg nuttig zijn (denk aan een station of een vliegveld); ook in winkels wil je waarschijnlijk de aandacht naar bepaalde producten sturen; het kan ook dienen om een bepaalde hiërarchie in een ruimte aan te brengen (welke elementen zijn meer of minder belangrijk?).
Hieronder een foto van de Bijenkorf in Utrecht (een project waar ik an gewerkt heb in mijn tijd bij Beersnielsen lichtontwerpers); Hier is gekozen om enkel de producten uit te lichten met spot verlichting (focal glow), en geen algemene verlichting toe te passen (ambient luminescence). In combinatie met de donkere plafonds en vloer, ontstaat hierdoor een contrastrijk lichtbeeld, en komt de focus volledig op de producten te liggen.
Ambient luminescense verzacht juist het contrast in het lichtbeeld. Hiermee creëer je meer rust in een ruimte. Als je een rustige serene sfeer wil creëren is dit je instrument. Maar pas op, het kan ook een zakelijke, onpersoonlijke of zelfs steriele sfeer creëren als je het overmatig toepast (denk aan hoe het gemiddelde kantoor in Nederland is verlicht).
Ambient luminescense gaat ook over het verlichting van verticale vlakken. Als je dit op een goede manier toepast, door te spelen met welke vlakken je wel of niet uitlicht, kun je hiermee de beleving van ruimtelijkheid beïnvloeden. Dit kan de vormen van de architectuur krachtig tot uitdrukking brengen, of juist helemaal afvlakken. Door slim te kiezen welke vlakken je wel of niet uitlicht, kun je hiermee ook mensen helpen om zich te oriënteren in een grote onoverzichtelijke of complexe ruimte.
Hieronder een sterk voorbeeld van hoe “ambient luminescence” een rustige serene sfeer kan creëren (ontwerp van Nicolas Schuybroek Architects):
Play of brilliants kan gebruikt worden om meer levendigheid in een ruimte te krijgen. Denk aan de kaarsjes op tafel in een restaurant; de discobal in een discotheek; of de laser show op een festival. Dit soort scherpe details en grafische elementen dragen niet alleen bij aan de sfeer, maar kunnen ook bijdragen aan een bepaald karakter / persoonlijkheid van een ruimte. Denk bijvoorbeeld aan de branding voor een winkel of een restaurant.
Hierbij is het wel belangrijk om rekening te houden met verblinding. Kleine maar heldere scherpe lichtpunten, of verlichting die direct in je gezicht schijnt, kunnen verblinden. Zeker in een verder donkere omgeving is er niet veel licht nodig om verblindt te raken. Verblinding zorgt er voor dat je de rest van de omgeving niet of nauwelijks meer ziet. Een mooie sfeervol verlichtte ruimte ervaar je niet, als je door felle lichtbronnen verblind wordt! Dus het is belangrijk om daar balans in te bewaren.
De foto hieronder is een goed voorbeeld van hoe je met met “play of brilliants” bij kan dragen aan een gezellige sfeer, met kaarsjes en een eenvoudig priklint.
Lichtkleur en intensiteit zijn twee lichteigenschappen die niet individueel benoemd zijn door Richard Kelly. Intensiteit is echter wel impliciet gevangen in zijn 3 elementen, in het in sterker of minder sterke mate toepassen van elk van de elementen. Wel is het nuttig om dieper in te gaan op lichtkleur in relatie tot sfeer.
Lichtkleur blijft in architecturale verlichting meestal beperkt tot de kleurtemperatuur van wit licht: warm wit (oranje achtig) tot koel wit (blauw achtig). In algemene zin kun je stellen dat in noord Europa een warmere kleurtemperatuur als gezelliger wordt ervaren, en een koeler licht als zakelijker of onpersoonlijker; maar dit is niet universeel! Lichtkleur en sfeer zijn zeer cultureel gebonden. In bijvoorbeeld zuid Europa of zuid Amerika vinden veel mensen koel wit licht juist prettiger.
Naast wit licht kun je ook spelen met kleur. Zeker als je een meer feestelijke of theatrale sfeer wilt neerzetten kan kleur eigenlijk niet ontbreken. Maar hoe kleur onze beleving beïnvloed is een enorm complex onderwerp, en een hele wetenschap op zich. Als voorbeeld: anti-inbraak verlichting op bouwterreinen is vaak groen, omdat dit mensen blijkbaar een onbehagelijk gevoel geeft; maar tegelijkertijd heb ik nog nooit iemand horen klagen over groen licht in een discotheek, dus de setting en de manier waarop het toegepast is maakt wel uit. Het is daarom moeilijk om een eenvoudig recept voor kleur en sfeer te geven, hier zul je echt je gevoel en intuïtie moeten aanspreken.
Hieronder een voorbeeld uit de binnenstad van Hengelo, waar veelvuldig met kleur wordt gewerkt om een bijna theatrale sfeer neer te zetten (de foto doet geen recht aan de werkelijke beleving).
Dynamiek is nog een laatste eigenschap, die je op alle voorgaande elementen toe zou kunnen passen. Dit is waar de magie van licht echt duidelijk wordt. Een lampje extra aan of uit, of een lamp wat harder of zachter dimmen, kan een groot verschil in sfeer maken. Hiermee kun je actief spelen met de 3 elementen van Richard Kelly. Met moderne aansturingstechnieken kun je zo verschillende “licht scenes” creëren voor bijvoorbeeld je woonkamer, voor verschillende situaties, zoals een boek lezen op de bank, met zijn tweeën een spannende film kijken, of met een groep vrienden het EK kijken.
Samenvattend zijn er dus 3 basis ingrediënten om een sfeervol lichtplan te maken: focal glow, ambient luminescence, en play of brilliants. Concreet kun je door te spelen met contrast, accenten te leggen, verticale vlakken uit te lichten, en heldere details aan te brengen, elke gewenste sfeer creëren. Een goed lichtplan kan op die manier een interieur of exterieur ontwerp enorm versterken! En door gebruik te maken van moderne aansturingstechnieken kun je de sfeer zelfs aan verschillende gebruikssituaties aanpassen.